| Beroepsprofiel | Andere essentiële vaardigheid | Nog een gesprekshaakje |
|---|---|---|
| manager klinische informatiesystemen | onderzoek voeren naar klinische software | toezien op activiteiten van klinische informatiesystemen |
| gespecialiseerd fysiotherapeut | geavanceerde klinische praktijken in de fysiotherapie bieden | testen voor fysiotherapie voorschrijven |
| orthopedist | levensechte afgietsels creëren | levensvoorspellingen wijzigen |
This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip 7d08e3cd-3a68-4568-8273-5b53ac0cbc71. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.
Gesprek vanuit manager klinische informatiesystemen
Een manager klinische informatiesystemen heeft in de classificatie 28 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen’ zijn ‘onderzoek voeren naar klinische software’ en ‘toezien op activiteiten van klinische informatiesystemen’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 1 van de 11 profielen staat de combinatie met ‘onderzoek voeren naar klinische software’; voor de combinatie met ‘toezien op activiteiten van klinische informatiesystemen’ is dat 1. Vraag welke rol ‘onderzoek voeren naar klinische software’ speelde vóór iemand aan ‘algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen’ begon. Hoe zou een gespecialiseerd fysiotherapeut datzelfde werkmoment beschrijven als ‘geavanceerde klinische praktijken in de fysiotherapie bieden’ in de voorbereiding meespeelt?
Gesprek vanuit gespecialiseerd fysiotherapeut
Binnen de groep met ISCO-code 2264 komen hier 2 beroepsprofielen voor, waaronder gespecialiseerd fysiotherapeut. Twee essentiële begrippen naast ‘algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen’ zijn ‘geavanceerde klinische praktijken in de fysiotherapie bieden’ en ‘testen voor fysiotherapie voorschrijven’. In de geselecteerde groep van 11 beroepen is het eerste begrip in 1 profielen essentieel en het tweede in 1. Laat iemand uit gespecialiseerd fysiotherapeut voor ‘testen voor fysiotherapie voorschrijven’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van manager klinische informatiesystemen over ‘toezien op activiteiten van klinische informatiesystemen’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?
Gesprek vanuit orthopedist
Voor orthopedist liggen andere accenten bij ‘algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen’. Op de essentiële lijst met 23 begrippen staan ook ‘levensechte afgietsels creëren’ en ‘levensvoorspellingen wijzigen’. Onder alle bronberoepen bij ‘algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen’ is de combinatie met ‘levensechte afgietsels creëren’ 1 keer aangetroffen en die met ‘levensvoorspellingen wijzigen’ 1 keer. Vraag aan een orthopedist wat bij ‘levensechte afgietsels creëren’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van manager klinische informatiesystemen bij ‘onderzoek voeren naar klinische software’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?
Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?
In de groep rond ‘algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen’ omvat ISCO-code 2264 met 2 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen fysiotherapeut, gespecialiseerd fysiotherapeut. Kijk je specifiek naar manager klinische informatiesystemen en gespecialiseerd fysiotherapeut, dan zijn er naast ‘algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen’ nog 6 andere gedeelde essentiële begrippen. Eén daarvan is ‘klinische richtlijnen volgen’. Voeg je orthopedist toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen’ nog 4 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.
Onder de essentiële taken van manager klinische informatiesystemen is ‘toezien op activiteiten van klinische informatiesystemen’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor orthopedist levert ‘levensvoorspellingen wijzigen’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.
Vragen voor het vervolg
- Wat gebeurde er direct vóór ‘onderzoek voeren naar klinische software’?
- Wie kon achteraf ‘testen voor fysiotherapie voorschrijven’ controleren?
- Hoe veranderde de werkwijze toen ‘levensechte afgietsels creëren’ meer aandacht vroeg?
Bronnen
Waarover moet de kennismaking gaan?
Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over algemene gegevens van gebruikers van gezondheidszorg verzamelen te weten komen?
