| Beroepsprofiel | Andere essentiële vaardigheid | Nog een gesprekshaakje |
|---|---|---|
| manager onderzoek en ontwikkeling | onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren | haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen |
| cosmetisch scheikundige | cosmetische producten formuleren | problemen met de formule van cosmetische producten oplossen |
| functionaris monitoring en evaluatie | bevindingen formuleren | de programmatheorie reconstrueren |
This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip c544a9f3-5945-4b54-afed-de0697852817. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.
Gesprek vanuit manager onderzoek en ontwikkeling
Een manager onderzoek en ontwikkeling heeft in de classificatie 28 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘analyseresultaten rapporteren’ zijn ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’ en ‘haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 2 van de 36 profielen staat de combinatie met ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’; voor de combinatie met ‘haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen’ is dat 1. Vraag welke rol ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’ speelde vóór iemand aan ‘analyseresultaten rapporteren’ begon. Hoe zou een cosmetisch scheikundige datzelfde werkmoment beschrijven als ‘cosmetische producten formuleren’ in de voorbereiding meespeelt?
Gesprek vanuit cosmetisch scheikundige
Binnen de groep met ISCO-code 2113 komen hier 1 beroepsprofielen voor, waaronder cosmetisch scheikundige. Twee essentiële begrippen naast ‘analyseresultaten rapporteren’ zijn ‘cosmetische producten formuleren’ en ‘problemen met de formule van cosmetische producten oplossen’. In de geselecteerde groep van 36 beroepen is het eerste begrip in 1 profielen essentieel en het tweede in 1. Laat iemand uit cosmetisch scheikundige voor ‘problemen met de formule van cosmetische producten oplossen’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van manager onderzoek en ontwikkeling over ‘haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?
Gesprek vanuit functionaris monitoring en evaluatie
Voor functionaris monitoring en evaluatie liggen andere accenten bij ‘analyseresultaten rapporteren’. Op de essentiële lijst met 33 begrippen staan ook ‘bevindingen formuleren’ en ‘de programmatheorie reconstrueren’. Onder alle bronberoepen bij ‘analyseresultaten rapporteren’ is de combinatie met ‘bevindingen formuleren’ 1 keer aangetroffen en die met ‘de programmatheorie reconstrueren’ 1 keer. Vraag aan een functionaris monitoring en evaluatie wat bij ‘bevindingen formuleren’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van manager onderzoek en ontwikkeling bij ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?
Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?
In de groep rond ‘analyseresultaten rapporteren’ omvat ISCO-code 2152 met 9 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen hardware engineer computertechniek, ingenieur gezondheidstechniek, ingenieur micro-elektronica. Kijk je specifiek naar manager onderzoek en ontwikkeling en cosmetisch scheikundige, dan zijn er naast ‘analyseresultaten rapporteren’ nog 7 andere gedeelde essentiële begrippen. Eén daarvan is ‘abstract denken’. Voeg je functionaris monitoring en evaluatie toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘analyseresultaten rapporteren’ nog 0 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.
Onder de essentiële taken van manager onderzoek en ontwikkeling is ‘haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor functionaris monitoring en evaluatie levert ‘de programmatheorie reconstrueren’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.
Vragen voor het vervolg
- Wat gebeurde er direct vóór ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’?
- Wie kon achteraf ‘problemen met de formule van cosmetische producten oplossen’ controleren?
- Hoe veranderde de werkwijze toen ‘bevindingen formuleren’ meer aandacht vroeg?
Bronnen
Waarover moet de kennismaking gaan?
Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over analyseresultaten rapporteren te weten komen?
