| Beroepsprofiel | Andere essentiële vaardigheid | Nog een gesprekshaakje |
|---|---|---|
| acteur/actrice | het publiek emotioneel betrekken | optreden voor een publiek |
| souffleur | samen met medespelers repeteren | scenario's uit het hoofd leren |
| voice-over | manier van spreken van de oorspronkelijke acteur analyseren | uitgeschreven dialogen vertolken |
This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip f34ee429-b36d-49f9-a927-80b67a467cc8. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.
Gesprek vanuit acteur/actrice
Een acteur/actrice heeft in de classificatie 18 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘aanpassen aan acteursrollen’ zijn ‘het publiek emotioneel betrekken’ en ‘optreden voor een publiek’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 2 van de 5 profielen staat de combinatie met ‘het publiek emotioneel betrekken’; voor de combinatie met ‘optreden voor een publiek’ is dat 2. Vraag welke rol ‘het publiek emotioneel betrekken’ speelde vóór iemand aan ‘aanpassen aan acteursrollen’ begon. Hoe zou een souffleur datzelfde werkmoment beschrijven als ‘samen met medespelers repeteren’ in de voorbereiding meespeelt?
Gesprek vanuit souffleur
Binnen de groep met ISCO-code 3435 komen hier 2 beroepsprofielen voor, waaronder souffleur. Twee essentiële begrippen naast ‘aanpassen aan acteursrollen’ zijn ‘samen met medespelers repeteren’ en ‘scenario's uit het hoofd leren’. In de geselecteerde groep van 5 beroepen is het eerste begrip in 1 profielen essentieel en het tweede in 1. Laat iemand uit souffleur voor ‘scenario's uit het hoofd leren’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van acteur/actrice over ‘optreden voor een publiek’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?
Gesprek vanuit voice-over
Voor voice-over liggen andere accenten bij ‘aanpassen aan acteursrollen’. Op de essentiële lijst met 16 begrippen staan ook ‘manier van spreken van de oorspronkelijke acteur analyseren’ en ‘uitgeschreven dialogen vertolken’. Onder alle bronberoepen bij ‘aanpassen aan acteursrollen’ is de combinatie met ‘manier van spreken van de oorspronkelijke acteur analyseren’ 1 keer aangetroffen en die met ‘uitgeschreven dialogen vertolken’ 1 keer. Vraag aan een voice-over wat bij ‘manier van spreken van de oorspronkelijke acteur analyseren’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van acteur/actrice bij ‘het publiek emotioneel betrekken’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?
Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?
In de groep rond ‘aanpassen aan acteursrollen’ omvat ISCO-code 2655 met 2 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen acteur/actrice, voice-over. Kijk je specifiek naar acteur/actrice en souffleur, dan zijn er naast ‘aanpassen aan acteursrollen’ nog 7 andere gedeelde essentiële begrippen. Eén daarvan is ‘instructies van de regisseur volgen’. Voeg je voice-over toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘aanpassen aan acteursrollen’ nog 2 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.
Onder de essentiële taken van acteur/actrice is ‘optreden voor een publiek’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor voice-over levert ‘uitgeschreven dialogen vertolken’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.
Vragen voor het vervolg
- Wat gebeurde er direct vóór ‘het publiek emotioneel betrekken’?
- Wie kon achteraf ‘scenario's uit het hoofd leren’ controleren?
- Hoe veranderde de werkwijze toen ‘manier van spreken van de oorspronkelijke acteur analyseren’ meer aandacht vroeg?
Bronnen
Waarover moet de kennismaking gaan?
Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over aanpassen aan acteursrollen te weten komen?
